FAMKE/

Tim Coronel & zijn liefde voor Friesland

Januari 2023. Het gaat lekker met Tim en Tom Coronel in de Dakar Rally. Met nog vijf kilometer tot de finish trapt Tim het gas nog eens stevig in. Dan raakt het rechtervoorwiel een bult en slaat de auto over de kop. Eén keer. Nog een keer. En nog een keer.

Tim en Tom zijn ongedeerd. Dat geldt niet voor hun CR6-rallywagen. Een wiel is afgebroken, stukken carrosserie liggen verspreid over het zand en de kans dat ze de finish nog halen lijkt ongeveer even groot als de kans dat iemand hier binnenkort een ANWB-paal neerzet.

“Vijf kilometer voor de finish”, roept Tim.

“Godverdooooooomme”, schreeuwt Tom.

“De demper lek?”

“Ja, nu is-ie helemaal afgebroken.”

“Fuuuuuck! Whyyyy?”

Even later zit Tom voor de kleine camera die de broers meenemen voor hun eigen Dakar-content. “Completely destroyed”, vertelt hij de kijker. “Five kilometres before the finish. Completely destroyed, godverdomme.”

Achter hem loopt Tim door het beeld. Ook vloekend, maar met een flink stuk afgebroken carrosserie achter zich aan.

Completely destroyed is één manier om naar de situatie te kijken. Tim heeft een andere.

Wat nog aan de auto zit wordt vastgebonden of vastgeplakt. Wat losligt moet mee.

Dat er een wiel ontbreekt is vervelend, maar de finish ligt maar vijf kilometer verderop.

Tom dacht dat het over was, vertelt Tim later.

“Nee. Het is nooit over.”

Ze finishen op drie wielen.

Samen finishen doen ze dan al een jaar of veertig. Tim en Tom zitten in de zesde klas als ze vanuit Huizen op hun crossfietsen naar Friesland vertrekken. Elf, twaalf jaar oud. Rugzak mee, papieren landkaart erin. De eerste dag naar Deventer, waar een veel oudere halfbroer woont. Daarna verder naar Bakkeveen.

Tom heeft de kaart en navigeert. Een rolverdeling die nog altijd intact is. Ook in Dakar.

Gewoon fietsen is er niet bij. Onderweg trekken ze sprintjes tegen elkaar en maken ze er wedstrijdjes van wie het langst op zijn achterwiel kan rijden. Zelfs slalommen doen ze zo. Een kleine tweehonderd kilometer naar Friesland is kennelijk nog niet lastig genoeg.

De bestemming is Bakkeveen. Dat heeft alles te maken met een andere snelle sport: motorracen.

In 1925 wordt de eerste TT van Assen verreden. Niet op het huidige circuit, maar over de wegen tussen Rolde, Borger en Schoonloo. Een van de coureurs aan de start is Bertus van Hamersveld, de opa van Tim en Tom en een van de beste Nederlandse motorrijders van zijn generatie.

Bertus krijgt een dochter, Rita. Racen laat ze aan de mannen over, maar ze is wel altijd op het circuit te vinden. Daar leert ze coureur Riemer van der Velde kennen. Die kan leuk motorracen, maar het is niet waarmee de horecaondernemer en latere voorzitter van sc Heerenveen bekend zal worden.

Riemer en zijn vrouw Annie raken bevriend met Rita.

Rita trouwt met autocoureur Tom Coronel. In 1972 krijgen ze een tweeling. Over de liefhebberij van hun ouders laten de tweede namen weinig te raden over: Tim Alfa en Tom Romeo Coronel.

En zo belanden de jongens iedere zomer een week of twee bij Riemer en Annie in Bakkeveen. Annie noemt hen haar pleegkinderen, al is daar officieel geen sprake van. In het dorp zijn het ‘de twee Gooise mannetjes’.

Vakantie betekent er niet noodzakelijk vakantie. Riemer heeft een horecagroothandel en de jongens rijden mee met vrachtwagens die ijs en mayonaise naar snackbars brengen, maken wagens schoon en helpen waar ze kunnen. Verder wordt er gevist, geschaatst en vooral gefietst. Tim en Tom zijn fanatieke fietscrossers en sluiten in de duinen bij Bakkeveen aan bij de conditietraining van lokale sporters.

Ook daar maken ze elkaar gek.

 

Wil je dit artikel verder lezen?

Koop dan de nieuwste editie van FAMKE of neem een abonnement en mis geen enkel verhaal.



Abonneer

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer lezen?

Meest gelezen artikelen

Laatste artikelen

onze columnisten

onze makers